Op eigen benen staan- uitgelichte afbeelding - Yvonne Alefs

Op eigen benen staan

1997
Samen met de andere moeders sta ik geduldig in de gang te wachten. Ik praat wat met de vrouw naast me die haar kind voor het eerst die dag naar de peuterspeelzaal heeft gebracht en die zo af en toe een bezorgde blik door het raampje van de deur werpt om een glimp van haar kind op te vangen. Opgelucht kijkt ze me aan. ‘Het ziet ernaar uit dat hij het naar zijn zin heeft. Misschien is het allemaal wel meegevallen en heeft hij vanmorgen helemaal niet zo lang gehuild.’ Ik knik begrijpend en vertel haar dat haar zoontje waarschijnlijk zodra zij uit het zicht verdwenen was alweer afgeleid was door een nieuw speelgoedje of een ander kindje. ‘Ja, je hebt vast gelijk,’ zucht ze. ‘Wat is het moeilijk hè om los te laten.’

De woorden van het laatste liedje voor die ochtend bereiken ons door de kieren van de deur. Het ‘maar nu gaan we weer naar papa/mama toe’ is voor ons het teken om ons schrap te zetten voor wat hierna komen gaat. Het geluid van het wild achteruit schuiven van stoeltjes en een oorverdovend gegil zwelt eerst achter de deur aan en stort zich met het open zwaaien ervan als een golf over ons heen. Terwijl het ene na het andere kind zich in de armen van de vaders en moeders om me heen werpt, gaat mijn blik nog steeds naar de deur.

‘Lilly is al naar huis hoor,’ zegt de juf als ik het lege lokaal binnen stap. We kijken elkaar met een blik van verstandhouding aan en moeten moeite doen om ons gezicht in de plooi te houden. ‘Ze is een uurtje geleden al vertrokken. Heb je haar dan niet gezien?’. Ik speel het spelletje graag mee en laat weten dat Lilly niet thuis is gekomen. ‘Dan moet ik maar gauw naar haar gaan zoeken. Nou daaaaag.’ Met trage passen loop ik weer richting de deur en kijk vol verwachting achterom om te zien of mijn lieve kind al uit haar schuilplaats tevoorschijn komt. Ze laat zich niet zien, maar het gegiechel dat onder de tafeltjes vandaan komt verraadt dat ze er nog steeds is. Ik buk en kijk in twee ondeugende blauwe ogen. ‘Daaaaar ben je!’.

2017
Ik leun tegen de deurpost van de kamer die al 20 jaar van haar is en kijk hoe Lilly haar spulletjes voorzichtig inpakt en in dozen stopt. Onder haar half hoogslaper heeft ze in de loop van jaren een ware schat aan borden, kopjes, glazen, bestek, potjes en handdoeken verzameld en we verbazen ons er samen over wat er allemaal uit dat kleine kamertje van nog geen 3 bij 3 tevoorschijn komt. ‘Heb je er zin in?’ vraag ik. Haar stralende gezicht en de vrolijke lichten in haar nog altijd blauwe ogen maken een antwoord overbodig. Hier heeft ze al jaren naar uitgekeken.

Vanaf de dag dat ze zich onder de tafeltjes bij de peuterspeelzaal verstopte, wist ik dat ze een kind was dat graag op eigen benen staat. En ze is tot op de dag van vandaag ook altijd haar eigen unieke weg gegaan. Ik heb naast haar gelopen op weg naar volwassenheid, soms met mijn handen ontspannen op mijn rug, omdat ik zag dat ze alles aan kon, soms met mijn handen uitgestrekt, klaar als ze het nodig had om zich aan me op te trekken, en soms ook met mijn handen stevig onder mijn oksels geklemd, om mezelf ervan te weerhouden me met haar te bemoeien, zodat ze haar eigen levenslessen kon leren. Ze is klaar voor de volgende stap, dat weet ik zeker.

We bewonderen het mooie appartement dat ze met haar lieve vriend gaat bewonen eerst uitgebreid voordat we hun spulletjes en de meubelen naar binnen dragen. De kamers ogen leeg, maar zijn in werkelijkheid al opgevuld met de liefde en hoopvolle verwachtingen van twee jonge verliefde mensen. Twee prachtige volwassenen die er altijd op mogen blijven rekenen dat mijn man en ik met uitgestrekte handen naast ze blijven lopen. Gewoon, voor als ze het nodig hebben zich aan ons op te trekken. Heel veel geluk samen lieve Lilly en Elmar!

Yvonne Alefs

Facebooktwitterlinkedin
Geen reactie's

Geef een reactie